Hop

Synoniemen:  Hommel, wiensels, hoppe, hoep, moerashop, boshop, heidehop, wilde hop
Wetenschappelijke naam: Humulus lupulus L.
Familie: Cannabaceae (hennepfamilie)



Land van herkomst

Vermoedelijk Voor-Azië en Oost-Europa.



Bestanddelen

Harsen, waaronder humulon en lupulon, etherische oliën, polyfenolen.



Omschrijving

Gekweekt is hij niet over het hoofd te zien, maar ook in inheems struikgewas en in loofbossen in de buurt van water is de hop eenvoudig te herkennen aan zijn rijpende bloeisels. De hop vormt in het wild drie tot zes meter lange, en gekweekt wel tot twaalf meter lange uitlopers. De plant slingert zich - wat zeld-zaam is voor klimplanten - rechtsom draaiend om andere plan- ten heen en bereikt zo grote hoogtes met behulp van klimharen die zich al bij een heel kleine aanraking vastklampen. En daarbij houdt de hop van tempo maken. In een dag tijd kan de stengel wel tot 30 centimeter groeien. De ruwe bladeren hebben drie tot zeven punten en daartussen groeien van juli tot augustus de bloemen. Hop is tweehuizig, dat wil zeggen, er zijn planten met alleen mannelijke en planten met alleen vrouwelijke bloemen - in de bloemen van de meeste andere planten komen zowel vrouwe-lijke als mannelijke delen voor. De mannelijke, onopvallend groenwitte bloemen van de hop bloeien in losstaande trossen. Het zijn echter de vrouwelijke, door de wind bestoven bloesems die wij kennen als het karakteristieke rijpe bloeisel. De op zich onopvallend bloemen staan dicht bijeen, omgeven door dekbladen, waardoor het geheel er uitziet als aren. Na verloop van tijd groeien die uit tot de bekende hopbellen. De bel kan bestaan uit tot 60 afzonderlijke bloempjes. De schubbige dekbladen van deze bellen die de rijpe zaden helpen bij het ‘vliegen’ zijn bezet met klieren die lupuline afscheiden, een kleverig poeder bestaande uit harsen en etherische oliën. Als de winter op komst is trekt de meerjarige hop zich terug in zijn wortels en sterven de bovengrondse uitlopers helemaal af. Het volgende voorjaar ontspringt de plant opnieuw vanuit de knoppen van de ondergrondse wortelstok. Dit betekent dat de hop ook vegetatief kan worden vermeerderd; als deze knoppen hun eigen wortelsysteem hebben gevormd kunnen ze van de moederplant worden gescheiden



Gebruik

In de geneeskunde worden meestal de vrouwelijke bloeiwijzen gebruikt die kort voor de volledige rijping van de vruchten geoogst worden om ervoor te zorgen dat de schubben niet losraken van de hopbellen. Om de afscheiding van de lupulineklieren apart te winnen worden de gedroogde hopbellen gezeefd. Bij het schudden vallen de met klieren bezette dekbladen af, en het eindproduct van deze werkwijze is een groengeel, wat kleverig poeder. Hop heeft effecten op diverse gebieden. Naast de valeriaan is het een van de belangrijkste plantaardige middelen tegen nerveuze opwinding, moeilijk in slaap vallen en lichte depres-sies. Bovendien stimuleert hij de eetlust en werkt hij antibacterieel en ontstekingsremmend. In de homeopathie wordt de hop daarnaast gebruikt als middel bij nerveuze maagklachten. In het volksgebruik wordt de plant gebruikt bij blaasontstekingen, zweren en huidletsel.



Wetenswaardigheden

De wetenschappelijke naam humulus is vermoedelijk de Latijn-se vorm van de Germaanse naam voor hop ""humilo"", ""hymele"" resp. ""humili"", allemaal afgeleid van het uit Oeral afkomstige woord ""qumlix"". Het tweede deel van de naam, ""lupulus"" is waar-schijnlijk afkomstig van het Latijnse lupus = wolf en zou het ken-merk van de hop beschrijven om zich als een wolf die zich in zijn buit vastbijt in struiken te klimmen. Lupus is echter ook een ou-dere aanduiding voor huidtuberculose. Omdat de rijpe vruchten van de hop er een beetje uitzien als deze huidaandoening zou de naam lupulus ook van deze betekenis van het woord afgeleid kunnen zijn. Hop is het beste bekend als ingrediënt van bier. De hop geeft bier niet alleen de kruidige smaak maar zorgt bovendien voor een steviger schuimkraag en een betere houd-baarheid van het bier. Voor het brouwen van bier worden uitslui-tend vrouwelijke bloemen gebruikt die niet bevrucht mogen zijn. Als er zaden in het bier komen wordt het schuim duidelijk minder stevig. Daarom verbouwen de kwekers van hop alleen vrouwelij-ke planten. Het verzorgen van deze vrouwelijke planten is één van de meest intensieve taken in de landbouw in Europa. De klimplant heeft grote latwerken nodig met zeven meter lange houten stammen en daartussen gespannen vlechtwerken vandraad waardoor hopkwekerijen al van verre opvallen. De teelt geldt als bijzondere cultuur en wordt gecertificeerd met een keurmerk dat de kwaliteit garandeert en de teeltrechten vastlegt. De wereldwijd grootste teeltgebieden voor hop liggen overigens in Duitsland. De geschiedenis van het bier gaat ver terug; onder bier in meer uitgebreide zin wordt dan een alcoholische drank verstaan, gebrouwen van vergiste granen. De oude Soemeriërs, die leefden van ongeveer 4000 tot 2000 voor Christus, kenden de kunst van het brouwen al. In een kleitablet die gevonden is in het huidige Irak is het oudste bierrecept gekerfd. Voor de Egyptenaren was bier naast brood een basisvoedsel. Ook in Midden-Europa werd kennelijk al in de 16e eeuw voor Christus een bierachtige drank gemaakt. De bronnen spreken elkaar echter tegen over de ingrediënten van het brouwsel. Wel is duidelijk dat er aan het bier honing als zoetmiddel en verschillende planten werden toegevoegd om de drank houdbaarder of smakelijker te maken. Zo werden onder andere eikenschors en kruiden als myrte of St. Janskruid en bedwelmende kruiden als bilzekruid en doornappel gebruikt. Vanaf wanneer de hop belangrijk werd is niet duidelijk. Archeologische vondsten geven aan dat hop in heel Europa al in het neolithicum gebruikt werd (± 4.000 tot 1.700 voor Christus), toen mensen nederzettingen begonnen te stichten. Vanwege de geringe gevonden hoeveelheden werd de hop vermoedelijk echter alleen gebruikt als geneeskrachtige plant of als smaak-maker. Oude documenten geven met zekerheid aan dat er in de middeleeuwen voor de bierbrouwerij aangelegde hoptuinen waren, oorspronkelijk van Pippin de Jonge (714 - 768), de vader van Karel de Grote, die ze in 768 schonk aan de abdij St. Denis bij Parijs. Het met hop geperfectioneerde bier werd voor de kloosterlieden een belangrijk vastenvoedsel dat niet alleen voedzaam was, maar ook de seksuele gevoelens tegenging; dit komt door de oestrogeenachtig werkende bestanddelen van de hop. In Slavische gebieden was de hop echter een vruchtbaar-heidssymbool en de volksstammen daar bestrooiden de bruiden met hop en maakten er kransen van. Dit begrip van de hop lijkt het gebruikt als afrodisiacum tegen te spreken. Wel is het zo dat planten die fyto-oestrogeen bevatten de geslachtsdrift bij mannen remmen, maar bij vrouwen stimuleren. Het medische belang van de in 2007 tot geneeskrachtige plant van het jaar gekozen hop werd in Europa verhoudingsgewijs pas laat opge-tekend. Het slaap- en spijsverteringsbevorderende effect zou voor het eerst beschreven zijn door de van 1197 - 1248 in Spanje levende Arabische arts en botanicus Abdullah Ibn al-Baytar. De abdis Hildegard van Bingen (1098 - 1179) en de Regens-burgse bisschop en doctor universalis Albertus Magnus (rond 1200 - 1280) benadrukten in hun geschriften de conserverende werking van de hop. De kennis over de kalmerende werking van de hop ging later weer vrijwel verloren en raakte pas in de 18e eeuw opnieuw bekend. In die tijd werd de Engelse koning George III (1738 - 1820) bij zijn slaapstoornissen geholpen met kussens met hop. De belangrijke arts Christof Willem Hufeland (1762 - 1836) ontdekte hop als bittermiddel voor de spijsverte-ring en als zenuwmiddel om te kalmeren. Johann Christian August Clarus (1774 - 1854) beval in zijn ""Handboek van de speciale geneesmiddelen"" de hop aan tegen gebrek aan eetlust veroorzaakt door een maagzweer, voor het maagslijmvlies en bij slapeloosheid. Onafhankelijk van de Europese verslagen is het gebruik van de hop ook bekend bij de Noord-Amerikaanse indianen en in de ayurvedische geneeskunde. Maar hop is meer dan alleen een geneeskrachtige plant en de basis voor het bier. De Romeinse geleerde Plinius de Oude (ongeveer 23 - 79 n. Chr.) beschrijft al dat de jonge spruiten smaken als asperges. Van hop kunnen bovendien natuurlijke vezels worden gemaakt die echter zo droog zijn dat er alleen grove weefsels en touwen van gemaakt kunnen worden.



De plant op een andere manier bekeken

De hop klimt rusteloos en haastig naar grote hoogtes en houdt dan pas stil om aan zijn compacte stelen bloemen en vruchten te vormen die zwaar hangen en die zo een tegenwicht vormen voor deze groei in de hoogte. De bloemen zijn onopvallend. In plaats daarvan ontwikkelt de hop iets bloesemachtigs in zijn hars en de etherische oliën bevattende lupuline, dat aromatisch geurend de vrouwelijke bloemen omgeeft. De hop heeft zijn bloeikracht als het ware geconcentreerd. Na het doorgeschoten groeien volgt een verdichting en verinnerlijking. Dit beeld zou kunnen passen bij de nerveuze mens die niet tot rust komt en pas na grote uitputting in een droomloze slaap valt.



De planten in onze producten

Hop completeert de compositie van Dr. Hauschka Bodyolie Amandel St. Janskruid, dat een gevoelige en droge huid kalmeert.