Amandelboom

Synoniemen:  Zoete amandel
Wetenschappelijke naam: Prunus dulcis (Mill.)
Familie: Rosaceae (Roosachtigen)



Land van herkomst

Subtropisch China en Klein-Azië



Bestanddelen

54 % vette olie met oliezuur, linolzuur en palmitinezuur, eiwit en enzymen.



Omschrijving

Bij het woord amandel horen allerlei soorten associaties: sneeuw, kaarslicht, marsepein en taaitaai, of studentenhaver, müsli, of nog veel meer. Waar we bij amandelen aan denken is het beeld van de eetbare amandelpit. Maar hoe ziet de plant er zelf eigenlijk uit? Eerste verrassing: de tot 8 meter hoge, kale en vorstgevoelige amandelboom met zijn grijze schors is een roosachtige en is dus naaste familie van de kers, de perzik, de abrikoos en van de roos. Deze verwantschap is te zien aan de rose bloemen met gele meeldraden, die in de landen aan de Middellandse Zee al in januari opengaan. Tweede opmerkelijke feit: dat wat wij eten als amandelen is het zaad van de amandel, het binnenste van de harde pit. Om die harde pit heen ligt een droog, groen, friszuur-bitter en oneetbaar vrucht-vlees. Het zaad van de amandel is vergelijkbaar met het binnenste van een perzikpit; van zulke perzikpitten wordt trouwens de marsepeinvervanger gemaakt die persipein genoemd wordt.



Gebruik

Met 18% eiwit, 16% koolhydraten, 54% vet en verder vele mineralen en vitamines, voornamelijk uit de B-groep zijn amandelen bijzonder voedzaam en zowel als hele amandelen als in de vorm van notenmoes bovendien zeer smakelijk. Kinderen kregen vroeger amandelen tegen de hoest. De uit de zaden geperste amandelolie is een zachte, zeer goed vetvasthoudende verzorging van de huid. Amandelmeel, het restant dat na het uitpersen overblijft, reinigt de huid op zachte wijze. Naast de zoete amandel zijn er nog twee andere soorten: de bittere amandel en de kraakamandel. De kraakamandel kan, net als de zoete amandel, gegeten worden maar de bittere amandel bevat het giftige glucoside amygdaline waaruit in de darm blauwzuur vrijkomt. De chemisch van amygdaline ontdane olie van de bittere amandel is een aromatische smaakmaker en een goede geurstof, die gebruikt wordt door banketbakkers en fabrikanten van cosmetica. Dioscurides schreef heel veel kwaliteiten toe aan de bittere amandel. Uitwendig gebruikt zou het middel zomersproeten in het gezicht laten verdwijnen, zou het de menstruatie bevorderen en hoofdpijn en zweren verzachten. Bij inwendig gebruik zou het middel pijn verzachten, water afdrijven, de stoelgang bevorderen, de slaap stimuleren, helpen bij hoesten, leverklachten, gasvorming... De lijst lijkt wel eindeloos.



Wetenswaardigheden

Alle benamingen van de amandel in Europese talen zijn afgeleid van het Griekse amygdale of amygdalos. De oorsprong van dit woord is niet meer te achterhalen. Het voorvoegsel 'al-' in de Iberische naam (bv. Spaans 'almendra') is het in de samenstelling terechtgekomen Arabische lidwoord 'al' of 'el' dat tijdens de Moorse bezetting van het Iberisch Schiereiland ingang vond in vele wetenschappelijke termen. De geslachtsnaam prunus is afgeleid van het Griekse proumnon = pruim, familie van de amandel. De soortnaam dulcis = zoet slaat op de smaak van de pit. De amandel was in de Steentijd al bekend en werd vermoedelijk vanaf de Bronstijd al bewust gecultiveerd. Waarschijnlijk is de amandel de oudste cultuurvrucht van de oude wereld en het succesverhaal loopt door tot in de huidige tijd. Al in de 17e tot 16e eeuw voor Christus kwam de uit Azië afkomstige amandelboom via Perzië naar Klein-Azië, Syrië en Egypte. In de 5e eeuw kwam de plant ook naar Griekenland en het Romeinse Rijk.Karel de Grote droeg veel bij aan de verspreiding van de amandelboom en tegenwoordig is de boom niet meer weg te denken uit de mediterrane landen. Hij geldt daar als het symbool van de waakzaamheid en van de wedergeboorte, want hij bloeit al in januari. Vooral uit het oude Griekenland komen vele sagen waarin de amandelboom een rol speelt. Volgens een sage zou de amandel zijn ontstaan uit een druppel bloed van de Griekse godin Cybele, de „moeder van de Goden“, die in Klein-Azië oorspronkelijk de berg- en vruchtbaarheidsgodin was.

Volgens andere versies zou de amandelboom zijn ontstaan uit de mannelijke helft van een tweeslachtig wezen dat door Zeus was verwekt. Uit Marokko komt een sprookje waarin de amandelboom een rol speelt. De mooie prinses Hatim was zo goed van hart dat ze uit de rijkdom van haar vader geld verdeelde onder de armsten van het land. De koning had geen begrip voor het gedrag van zijn dochter, beschuldigde haar van diefstal en liet haar terechtstellen. Allah had wel begrip voor haar handelen en veranderde de dode prinses in een amandelboom die jaar in, jaar uit de mensen van het land amandelen schonk.De Bijbel noemt de amandel meermaals, vaak vanwege de vroege bloei, als een teken van het ontwaken. De zesarmige kandelaar van de bijbelse tabernakel, de plaats van samenkomst van God met Mozes en zijn volk, is gemaakt naar het model van een amandelboom. Later zag het christendom in de amandel een symbool van de onbevlekte ontvangenis: „Christus werd verwekt in Maria, zoals de amandelpit wordt gevormd in de maagdelijke amandel“ (Konrad von Würzburg, 13e eeuw). De meeste bekendheid heeft de amandel wellicht gekregen in de vorm van marsepein, oorspronkelijk afkomstig uit het Oosten en traditioneel gemaakt van amandelen, suiker en rozenwater. De Perzische variant is de baghlaba; dit met kardemom gekruide product is een traditioneel onderdeel van het daar vier weken durende Nieuwjaarsfeest. In de 16e eeuw was het maken van marsepein in de Duitse landen een taak van de apotheker; de ""confectiones"" die hij maakte werden alleen met suiker gemaakt om het bittere geneesmiddel beter te verteren te maken. In de middeleeuwse keuken werden amandelen niet alleen in zoete spijzen gebruikt: ze werden ook verwerkt in vlees- en visgerechten. De amandelboom maakt een hars die in de vorm van tranen kan worden opgevangen. In het oude Griekenland werden de harstranen gerookt als afweermiddel tegen ziekte en boze geesten. De fijne geur desinfecteert, reinigt en zuivert.



De planten in onze producten

Voor de cosmetica van Dr. Hauschka koopt WALA hoofdzakelijk gecertificeerde biologische amandelen uit Demeter-teelt in Spanje. Uit de amandelen wordt vervolgens in Duitsland, met een traditioneel, handmatig werkende oliemolen, amandelolie geperst waarna de amandelen verder worden vermalen tot amandelmeel. De huid neemt de zachte, goed glijdende amandelolie langzaam op. De olie vormt de basis voor Dr. Hauschka After Sun Lotion, Bodycrème Rozen, Bodyolie Amandel St.Janskruid, Concealer, Light Reflecting Concealer, Gekleurde Dagcrème, Kweepeercrème, Gezichtsolie, Reinigingscrème, Handcrème, Lippenverzorgingsstift, Lipsticks, Lipsticks Novum, Sheer Lipstick, Oogcrème, Regeneratie Dagcrème, Reinigingsmelk, Rozencrème Light, Verstevigend Masker, Vloeibare Dagcrème. In Dr. Hauschka Reinigingscrème bindt amandelmeel vuildeeltjes en reinigt daardoor de huid op zachte wijze.